All Articles For Bilderdijk, W.

Results 1 to 4 of 4

Genadig God, die in mijn boezem leest ! Ik vlied tot u en wil, maar kan niet smeeken, Aanschouw mijn nood, mijn neergezonken geest, En zie mij n oog van stille tranen leken ! Ik smeek om niets, hoe kwijnend, hoe bedroefd, Gij ziet me een prooi van mijn bedwelmde zinnen. Gij weet alleen hetgeen uw kind behoeft, En mint het meer, dan ooit zich-zelf kan minnen. Geef, Vader, geef aan uw onwetend kroost, Hetgeen het zelf niet durft, niet weet te vragen ! Ik buig mij neer ; ik snieek noch kruis, noch troost ; Gij, doe naar uw...

Continue reading

Wat wy, stervelingen, lijden, Wat ons toekomt, is van HEM, Wiens in ‘t hart gevoelde stem Ons met meer dan donderklem Toeroept, Hem dat hart te wijden, Dat, hoe ‘t zich aan afles kleeft, Nergens rust of steunsel heeft. Woelen, wroeten, kruipen, draven Door dit nietig aardsche draf; Grijpen naar een handvol kaf; Om den dorren boord van ‘t graf; Lijf- en zielvermoeiend slaven; Alles – roept ons: Heft het oog Tot het middelpunt omhoog ! Wat, o stervling, is uw leven? Eindloos zoeken naar de rust; Altijd op en neer gehutst, Nu in woeligheid van lust, Dan door zorg...

Continue reading

In Christus is de bron en ‘t middelpunt der kennis; God kennen wij door Hem; door Hem, ons eigen hart. En wijsheid buiten Hem is enkle heiligschennis, En arbeid, die den geest in ‘s duivels strik verwart. Geen waarheid dan in Hem; alle andre glans verduistert, Z’ijn kennis is ‘t alleen, die ons de ziel ontkluistert; En zonder Hem is niets, dan wrevel, wroeging, smart.

Continue reading